De verbinding tussen Reduxi en GL charge LiteBox kan de DLMS uitvoeren om de installatie te beschermen.
1. Logo
2. Sluit de GL Charge LiteBox aan op de PC
2.1 Verbinding tussen pc en oplader
Beide apparaten moeten zich in hetzelfde netwerk bevinden om de GL Charge Litebox te kunnen configureren. Zodra aan dit criterium is voldaan, kan de gebruiker verbinding maken met de browserinterface van de lader via de gewenste browser.
Procedure:
- Plak/schrijf IP en voeg poort 8080 van de lader toe aan je browser (voorbeeld: 10.150.1.104:8080)
- Inloggen met, Gebruikersnaam: admin, Wachtwoord: glc999
2.2.1 Browserinterface (Laderconfiguratie)
Stappen voor correcte instellingen:
- Laadmodus, ingesteld op 1 = APP.
- Stel de ID van de lader in op de gewenste waarde (voorbeeld:1234).
- Schrijf/plak de Server URL van de Reduxi controller (zie 3.3 Apparaatconfiguratie voor OCPP).
- Authenticatiesleutel verwijderen .
3. OCPP communicatie tussen de GL laad LiteBox en de Reduxi controller
3.1 Apparaat toevoegen
Log eerst in op de lokale Reduxi configurator en voeg een nieuw apparaat toe door op de knop 'Add device' (Apparaat toevoegen) te klikken.
3.2 Selecteer het apparaat dat u wilt toevoegen
Selecteer in de eerste stap basisinstellingen:
- Selecteer apparaattype: EV-lader,
- Selecteer type: OCPP 1.6 - JSON,
- Geef het apparaat een naam.
3.3 Apparaatconfiguratie voor OCPP
De tweede stap wordt gebruikt voor het communicatiekanaal, zodat OCPP communicatie goed werkt. Vul eerst de Device identifier(Set charger ID 2.2.1) in die je van de browser hebt gekregen en plak deze in het eerste veld van het communicatiekanaal.
Wanneer het OCPP JSON 1.6 protocol wordt gebruikt, is de OCPP URL van de server nodig en wordt deze gegenereerd door de Reduxi controller. URL kan rechtstreeks van het communicatiekanaal worden verkregen.
Voorbeeld URL: ws://10.150.120/ocpp/1.6/json/
3.4 Testcommunicatie
Om er zeker van te zijn dat de OCPP-communicatie tot stand is gebracht, kun je een communicatietest uitvoeren via de knop "Test communicatie" rechtsonder achter alle communicatiekanaalvelden.
Er zijn drie verschillende gevallen van communicatiereacties.
Geval 1: De communicatie werkt goed.
Geval 2: Kan niet communiceren met apparaat 1, de ID van het apparaat is niet ingesteld of is anders.
Geval 3: Er is geen apparaat met OCPP 1.6-communicatie gevonden.
4. Uitlezingen van apparaat
Het doel van dit punt is om te laten zien hoe de metingen van het apparaat gecontroleerd kunnen worden. Dit gebeurt onder 'Apparaat/Laatmeting'.
Zodra het apparaat met succes is toegevoegd via de configurator, kan het worden bewaakt via de cloudapplicatie Reduxi.